Er is een legende die zich al een paar eeuwen de ronde doet.
Het speelt zich af in vroeger tijden, toen er van een camping nog geen sprake was...

Deze legende gaat over Andries Kempe, hij leefde in eind 18e, begin 19e eeuw en hij woonde waar nu camping ‘De Kempe’ is. Hij had een gezin en landbouwgrond, maar zijn hart ging uit naar het smokkelen... dit was stukken avontuurlijker en er viel veel meer mee te verdienen. Hij was dan ook de aanvoerder van een groep van zes mannen, die allen in de naastgelegen dorpen woonden.
Het smokkelwaar kwam van Engelse schepen, deze kwamen aan in het Brouwersegat (de Noordzeekust) en bestond uit suiker, koffie en indigo. In de duinen had hij opslagruimtes gegraven en als hij de kans zag, vervoerde hij met zijn kornuiten ´s nachts de produkten naar Zierikzee. Dit ging met platbodemboten, omdat er in die tijd nog geen verharde wegen bestonden op Schouwen, maar wel brede vaarten. Ook was bij regelmaat, vooral in het najaar en winter, delen van het eiland onder water, wat het varen 's nachts een stuk moeilijker maakte.
Niet alleen de natuur speelde de smokkelgroep parten... het was de tijd van Napoleon en ook op Schouwen waren de Fransen gelegerd. Deze fransen hadden hun bronnen onder de lokale bevolking, zodat de groep smokkelaars goed op moesten passen tegen wie ze wàt zeiden.

Eén keer ging hij in zee met een smokkelaar uit Zierikzee, een Engels schip zou op Burgh-sluis verladen worden. Door een hevige mist ging dit echter mis... Hij werd met zijn kornuiten opgewacht door een vloot Engelse oorlogschepen, maar de groep kon gelukkig ontsnappen. Alleen kwamen ze helemaal op Walcheren terecht... Voor die tijd was dat ontzettend ver weg. Ze besloten allen apart naar huis te keren en degene die het eerst thuis was, zou het thuisfront van de andere heren inlichten! Dat was nog niet makkelijk, want de Engelsen waren bezig Walcheren te veroveren op de Fransen.
Het lukte hem met de nodige avonturen weer terug op Schouwen te komen. Zijn gezin en zijn vrienden waren uiteraard blij verrast, mede door de ervaringen die hij had te vertellen over Walcheren, dat bevrijd werd onder het juk van de Fransen.
Zuid-Beveland en Schouwen volgden, maar al snel werd duidelijk dat de Engelsen niet van plan waren lang te blijven. De reactie van Napoleon hierop is bekend: broer Lodewijk werd aan de kant gezet en Napoleon lijfde de heroverde gebieden in. En dit keer een stuk minder plezierig dan voorheen.

Franse douanes werden in ieder dorp bij bewoners in de kost gedaan, met als gevolg dat men nog minder vrijuit kon praten zonder het risico om opgepakt te worden. Jonge jongens moesten op transport om in Rusland in de voorste linies te vechten en het smokkelen was voor Andries een stuk moeilijker geworden. Niet alleen was het lastiger smokkelwaar binnen te halen en te vervoeren zonder gepakt te worden, ook was het voor de inwoners onbetaalbaar geworden en verdacht om de luxe artikelen te gebruiken.
De douanes krijgen door dat Andries aan het smokkelen is, maar ze kunnen zo snel geen vat op hem krijgen. Hij neemt ze zelfs verschillende keren in de maling! Maar één keer wordt hij toch betrapt en is het noodzaak voor Andries om het eiland zo snel mogelijk te verlaten, anders wacht hem de strop.
Hij kon vluchten naar Numansdorp en al snel hoorde hij daar de geruchten dat het Napoleon niet meer zo voor de wind ging. Dat zou dus inhouden dat hij niet zo lang van zijn geboorteplaats en vrouw hoefde weg te blijven. Het was goed nieuws te horen dat het Napoleon slecht ging, aan de andere kant waren er ook veel jongens van Schouwen waarvan het niet bekend was hoe het hen verging.
Al vlug hoorde hij dat er in Amsterdam een omwenteling begonnen was, de Fransen werden er verjaagd en men was bezig Prins Willem van Oranje in het land te krijgen. Den Haag volgde en vervolgens verlieten de Fransen ook Numansdorp.
Andries was niet meer te houden, hij moest en zou terug naar Schouwen. Hij kwam in Zierikzee terecht, maar kon nog niet terug naar huis, dat was nog te gevaarlijk. Het duurde nog een paar weken en toen was ook Schouwen-Duiveland vrij van de Fransen. Er werd groot feest gevierd en Andries kon terug naar huis.

Andries was in die tijd een zeer omstreden figuur.
Omstreden genoeg om er zelfs een heel jongensboek over te schrijven.
Het boek heet 'de Schouwse Smokkelaar' en is geschreven door D.A. Poldermans.

 

up

Ook Slot Moermond heeft zo zijn legendes, de één nog mooier en kleurrijker dan de ander.
Eén ervan wil ik u niet onthouden:

Slot Moermond heeft een mooie lange beukenlaan en op deze laan zat eens een boer op zijn kruiwagen zijn problemen te overdenken. Alles zat hem tegen en niets wilde er gaan zoals hij graag wilde.
Er komt een man langs die hem vraagt wat hij daar zo zit te zitten en de boer vertelt hem zijn zorgen.
Ze praten zo een beetje heen en weer en de man zegt dat hij de boer van zijn problemen af kan helpen, de man blijkt namelijk de duivel te zijn.
De boer zit zo in de put, dat hij denkt er alleen maar beter van te kunnen worden en gaat op het aanbod in. De duivel laat het hem goed voor de wind gaan, maar spreekt met de boer af dat dit geldt tot het laatste blaadje van de beuken in de beukenlaan is gevallen. Daarna komt de duivel hem halen.

Het gaat de boer inderdaad voor de wind in alles wat hij doet, maar hetzelfde najaar komt de duivel hem meenemen!
De boer verdedigd dat het laatste blad nog niet is gevallen en de duivel druipt af. Zo gaat het nog een paar keer, tot de boer zich toch zorgen begint te maken, want de blaadjes vallen gestaag.
Hij besluit naar de heilige Maria te gaan voor hulp en biecht haar alles op.
De heilige vrouw is natuurlijk niet erg te spreken over zijn handelingen, maar omdat het de eerste keer is dat hij zoiets heeft gedaan, besluit zij de boer te helpen en stuurt hem met een gerust hart naar huis.

Nu hebben namelijk vooral jonge beuken de neiging het laatste blad pas te laten vallen als het ondertussen al voorjaar wordt.
Gedurende het najaar en de gehele winter komt de duivel regelmatig langs om de boer mee te nemen, maar steeds kan de boer zeggen dat er nog steeds bladeren aan de beuken hangen.
In het voorjaar is dan inderdaad het laatste blad gevallen en de duivel staat op zijn strepen!
De boer echter wijst hem op alle nieuwe blaadjes die intussen al aan de bomen zijn gegroeid en herhaald de afspraak, dat hij pas meegaat als het laatste blad van de beuken is gevallen!
Zo stuurt hij de duivel terug en blijft het hem goed gaan!

up